Blootvoets zoals een druïde betaamt betrad Bertram de Roode Schuur. Hij had grote aandacht voor de aanwezige kruiden en andere nuttige gewassen. De aanwezige kinderen volgden hem zaterdag daarbij heel aandachtig. Niet veel later kwam ook Leut binnenhuppelen.
Deze springende en dansende lapzwans verstoorde niet alleen de rust, hij kwam ook nog eens iedereen aansteken met zijn niesbuien. Maar daarop wist Bertram wel raad.
Met een gedegen keus uit de voorraad kruiden wist hij Leut in ieder geval van diens hinderlijke nies af te helpen. Verder schonk hij geen aandacht aan die mallotige Leut en wijdde zich weer vol aandacht aan zijn kruiden.
Ook de muzikale bos-elf Lot kwam erbij, terneergeslagen en vol zorgen over het lot van Moeder Aarde. Leut wist daar alleen maar grapjes en grollen over te maken, maar werd uiteindelijk tot de orde geroepen door de druïde. Ook Leut raakte ervan overtuigd dat het wel een beetje minder kon en in een door iedereen meegezongen lied was de conclusie: “Samen zijn we de natuur”.