Nieuws Zeewolde

Overwinterende vogels hebben het zwaar met kou, sneeuw en ijs

Lang niet alle vogels verlaten Nederland na het broedseizoen. Sommige soorten vliegen naar zuidelijke landen, andere wachten tot de eerste vorst inzet en een deel blijft het hele jaar hier. Elke keuze heeft voor- en nadelen, vertelt Vogelbescherming Nederland, op hun website.

Voor vogels die blijven, scheelt het een lange en risicovolle trektocht. Daar staat tegenover dat ze in de winter te maken krijgen met kou en schaarste aan voedsel. Vooral tijdens periodes met sneeuw en strenge vorst wordt overleven een uitdaging.

Vogels staan in sneeuwlandschap in het water met ijs.
Foto: Deen Guldemond

Vogels zijn van nature goed aangepast aan lage temperaturen. Hun veren houden een laagje lucht vast rond het lichaam, wat werkt als isolatie. Om dat goed te laten functioneren besteden vogels veel tijd aan het verzorgen van hun veren. Ze gebruiken daarbij vet uit een speciale klier bij de staart, zodat het verenpak schoon en waterafstotend blijft.

Ook hun poten zijn slim aangepast. Hoewel die niet met veren bedekt zijn, voorkomt een speciale bloedsomloop dat ze bevriezen.

Eten is essentieel om warm te blijven

Naast bescherming tegen kou is voedsel cruciaal. Vogels hebben een snelle stofwisseling en moeten hun lichaamstemperatuur rond de veertig graden houden. Dat kost veel energie. Kleine vogels, zoals mezen, hebben nauwelijks vetreserves en moeten dagelijks een groot deel van hun lichaamsgewicht aan voedsel binnenkrijgen.

Sommige soorten, zoals boomklevers en gaaien, leggen in de herfst voedselvoorraden aan. Andere vogels zijn afhankelijk van wat ze overdag kunnen vinden, in een korte periode met weinig daglicht.

Ondanks alle aanpassingen is de winter geen makkelijke periode. Bij langdurige vorst of ijzel wordt voedsel soms onbereikbaar. Vooral jonge en verzwakte vogels lopen dan risico. Soorten die weinig vetreserves hebben, zoals de zwarte mees, kunnen in één koude nacht al tien procent van hun lichaamsgewicht verliezen.

Ook roofvogels en viseters hebben het zwaar. Als sloten en vaarten langdurig bevroren zijn en weilanden bedekt met een laag sneeuw, kunnen ijsvogels en kerkuilen moeilijk aan voedsel komen. In strenge winters kan dat leiden tot grote sterfte.

Samen warm blijven

Om warmteverlies te beperken zoeken sommige vogels elkaar op. Kleine soorten kruipen ’s nachts dicht tegen elkaar aan in boomholtes, nestkastjes of beschutte plekken tegen gebouwen. Door samen te slapen en hun veren op te zetten, houden ze elkaar warm.

Help een handje mee

Bij winterse omstandigheden trekken veel vogels richting tuinen, waar ze beschutting en voedsel zoeken. Vogelbescherming Nederland adviseert om verantwoord bij te voeren met ongezouten pinda’s, noten, zaden en vetrijke producten. Natuurlijk voedsel, zoals besdragende struiken, uitgebloeide zonnebloemen of kaardenbollen worden ook gewaardeerd.

Beschutte plekken, zoals groenblijvende struiken, nestkastjes of een border afgedekt met bladeren, helpen vogels om de nacht door te komen.

IVN Zeewolde vult aan dat bij sneeuw extra voeren belangrijk is, maar leg niet te veel voer tegelijk neer. Te grote hoeveelheden trekken muizen en ratten aan. Water neerzetten is met sneeuw niet nodig. Vogels gebruiken de sneeuw namelijk als vochtbron. Wanneer het wel vriest maar er geen sneeuw ligt, kunnen vogels juist een tekort aan water krijgen. In dat geval is het verstandig om een schaaltje water neer te zetten en regelmatig te controleren of het niet bevroren is.

Ook waarschuwt IVN voor strooizout, dat is schadelijk voor vogels. Strooizout mengt zich met smeltwater en vormt zoute plassen. Bij vorst is water schaars waardoor vogels soms uit die plassen gaan drinken. Dat zoute water lest de dorst niet, maar zorgt er juist voor dat vogels uitdrogen en ziek worden. IVN adviseert daarom om in tuinen en op opritten zo min mogelijk zout te gebruiken en te kiezen voor alternatieven zoals zand of houtsnippers.