Volgens De Jonge groeit de belangstelling van scholen. Bij Kamp Amersfoort worden vrijwel dagelijks groepen ontvangen. Hij vindt dat belangrijk, zeker in een tijd waarin via sociale media ook onjuiste informatie over de Tweede Wereldoorlog en de Holocaust rondgaat. "Er gaan verhalen rond dat er geen zes miljoen joden zijn vermoord" legt hij uit. "Het is belangrijk dat we vertellen wat de feiten zijn” Daarbij gaat het volgens hem niet alleen om kennis van het verleden, maar ook om de vraag wat die geschiedenis nu betekent.
Een van de momenten die De Jonge is bijgebleven, speelde zich af bij het monument De Stenen Man. Tijdens rondleidingen vertelt hij daar over herdenken. Op 19 april worden bij Kamp Amersfoort bloemen gelegd, rond de bevrijding van het kamp. Ook op 4 mei is er een herdenking. Joodse bezoekers leggen vaak geen bloemen, maar steentjes. Dat is een Joodse traditie om iemand te gedenken.
Toen De Jonge zijn verhaal had afgerond en met de groep terug wilde lopen, bleef één jongen staan. De Jonge legde zijn hand op zijn schouder en zei dat ze terug moesten naar de klas. De jongen keek hem aan en vroeg: “Meneer, mag ik een steentje leggen?” Toen De Jonge vroeg waarom hij dat graag wilde, zei de jongen: “Ik ben Joods.”
Samen zochten ze een steentje en legden dat bij het monument neer. Ze bleven even in stilte staan. Toen De Jonge zich omdraaide, zag hij dat de rest van de klas op afstand was blijven staan. Doodstil.
Nationaal Kamp Amersfoort - foto Bram Petraeus
Daarna zei hij tegen de jongen dat hij op school een bijzonder verhaal te vertellen had. De reactie van de jongen raakte hem diep. “Nee meneer, dat kan niet”, zei de jongen. “Mijn vader zegt: nooit vertellen dat je Joods bent. Want dan tel je niet meer mee en word je gepest.”
Voor De Jonge laat dit verhaal zien dat herdenken niet alleen over het verleden gaat. De oorlog is voorbij, maar angst en uitsluiting zijn dat niet altijd. Dat een kind nu nog het gevoel kan hebben dat hij zijn Joodse achtergrond moet verbergen, maakt volgens hem duidelijk waarom de verhalen van Kamp Amersfoort verteld moeten blijven worden. Herdenken is dan niet alleen stilstaan bij wat er is gebeurd, maar ook waarschuwen voor wat opnieuw kan ontstaan als mensen worden buitengesloten of niet durven zeggen wie ze zijn.
Kamp Amersfoort was niet alleen een plek waar Joden gevangen zaten. Ook communisten, verzetsmensen, predikanten, priesters en Jehovah’s getuigen kwamen er terecht. Naar die laatste groep deed hij zelf onderzoek. Hij vertelde dat Jehovah’s getuigen hun vrijheid konden terugkrijgen als zij een verklaring tekenden waarin zij afstand namen van hun geloof. De meesten deden dat niet. Daarmee werd duidelijk hoe zwaar de druk was waaronder gevangenen moesten kiezen tussen overtuiging, veiligheid en familie.
Ook de rol van zwijgen kwam in het gesprek aan bod. De Jonge vertelde over dominee Borgers, een Lutherse predikant uit Doesburg en Apeldoorn. Hij sprak zich na de Duitse bezetting uit tegen onrecht, bad voor de koningin en de Joodse bevolking en riep op tot verzet. Volgens De Jonge was zwijgen voor deze predikant geen optie. Die houding kostte hem uiteindelijk het leven. Voor De Jonge is dat verhaal nog steeds actueel: “Soms moet je opstaan tegen onrecht.”
“Het is van groot belang dat we blijven weten wat er is gebeurd en wat we daar vandaag van kunnen leren. Vrijheid is niet vanzelfsprekend.
Daarbij maakte hij wel een duidelijke kanttekening. Opstaan tegen onrecht betekent volgens hem niet dat mensen agressief moeten worden of geweld moeten gebruiken. Juist het gesprek met de ander blijft belangrijk. “De ander kan gelijk hebben, dus ga dat gesprek aan”, zei hij. Daarmee verbond hij de geschiedenis van Kamp Amersfoort aan actuele thema’s als polarisatie, antisemitisme en het verdwijnen van ruimte voor andere meningen.
Ook zijn eigen familiegeschiedenis speelt voor De Jonge een rol. Hij vertelde dat zijn oom Klaas in Duitsland om het leven kwam en dat zijn tante er alleen voor kwam te staan. Voor hem ligt daar mede de basis van het belang van 4 mei. Herdenken is volgens hem niet alleen terugkijken, maar ook doorgeven waarom vrijheid bescherming nodig heeft.
Dat kinderen nog altijd geraakt worden door de verhalen uit de oorlog, merkt De Jonge tijdens rondleidingen. Hij vertelde over een meisje dat na een bezoek aan Kamp Amersfoort besefte hoe goed zij het zelf had. Thuis wilde zij het goedmaken met haar moeder, nadat ze boos was geworden omdat ze niet naar McDonald’s mocht. Zulke reacties laten volgens De Jonge zien dat de geschiedenis van de oorlog ook jonge bezoekers aan het denken zet.
Naast zijn werk bij Kamp Amersfoort was De Jonge jarenlang betrokken bij Museum Sjoel Elburg, waar de Joodse geschiedenis buiten Amsterdam centraal staat. Daar zette hij zich in voor educatie, lezingen en het werven van steun. Ook werkte hij lokaal mee aan het vastleggen van de geschiedenis van Zeewolde door pioniers te interviewen voor het project Oral History.
Nationaal Monument Kamp Amersfoort is van dinsdag tot en met zondag geopend van 11.00 tot 17.00 uur. Tijdens schoolvakanties in regio Midden opent het museum vanaf 10.00 uur. Publieksrondleidingen zijn er op zaterdag en zondag en tijdens schoolvakanties ook doordeweeks.
Het gesprek in Up 2 Date maakte duidelijk waarom De Jonge zich blijft inzetten voor deze plek. Kamp Amersfoort is voor hem geen afgesloten hoofdstuk, maar een waarschuwing. De verhalen van gevangenen, verzetsmensen, dwangarbeiders en vervolgde geloofsgroepen laten zien wat er kan gebeuren als mensen worden buitengesloten en anderen blijven zwijgen. Juist daarom, zo klonk het in de uitzending, blijft herdenken nodig.
Audio fragment

085-0640737