Loading...

Aanbesteding busvervoer IJssel-Vecht gestart
Aanbesteding busvervoer IJssel-Vecht gestart

De aanbesteding van het busvervoer in de streek IJssel-Vecht is 6 februari van start gegaan. Dat hebben de colleges van Gedeputeerde Staten van Flevoland, Gelderland en Overijssel besloten. Zij werken samen in deze aanbesteding, die delen van alle drie de provincies beslaat (west-Overijssel, grote delen van Flevoland en de Veluwe). Vervoerders hebben tot 5 juni de gelegenheid om een aanbod in te dienen. Rond begin september van dit jaar is bekend welke vervoerder het busvervoer mag gaan uitvoeren per december 2020, voor een periode van tien jaar.

De concessie IJssel-Vecht komt gefaseerd tot stand. Twee deelgebieden stromen later in: Lelystad in september 2021, IJsselmond (een deelgebied in Flevoland en Overijssel) in december 2023. Deze latere instroom heeft te maken met bestaande concessies in deze deelgebieden die doorlopen tot de eerder afgesproken datum. IJssel-Vecht is de eerste van drie gezamenlijke concessies van de provincies Flevoland, Overijssel en Gelderland. In totaal worden er de komende jaren zeven concessies teruggebracht tot drie.

Speciale aandacht in de aanbesteding gaat uit naar de verduurzaming van het busvervoer. Zo moeten de belangrijke buslijnen van de stadsdiensten Zwolle en Apeldoorn meteen vanaf december 2020 volledig zero-emissie rijden; voor Lelystad geldt dat vanaf de instroom in 2021. Vanaf 2025 geldt dat voor alle nieuw aangeschafte bussen in het gebied IJssel-Vecht.

Naast de verduurzamingsambities willen de provinciebesturen met de gezamenlijke aanbesteding het busvervoer beter laten aansluiten op reizigersstromen in het gebied. “Ons uitgangspunt is dat de reizigers er beter van worden”, aldus de gedeputeerden Boerman (Overijssel), Fackeldey (Flevoland) en Bieze (Gelderland). “Mensen willen zo snel mogelijk, veilig en betaalbaar reizen. Provinciegrenzen mogen daarbij niet voor obstakels zorgen. Door de concessie groter te maken, prikkelen we de markt om een interessanter aanbod aan de reizigers en de provincies te doen.”